Voordat we het recept van pizzadeeg delen, is het goed om te weten welk type pizza je wilt maken. In Italië onderscheiden ze twee grote stromingen: de Napolitaanse en de Romeinse.
De meest opvallende verschillen: de Napolitaanse pizza heeft een dikkere, luchtige rand (de cornicione) en een dunne, zachte bodem. De Romeinse pizza is juist dünn en krokant over de gehele bodem. In dit recept richten we ons op het Napolitaanse deeg, dat de meest gewaardeerde en authentieke stijl is.
Welke bloem gebruik je voor pizzadeeg?
Voor het beste resultaat gebruik je pizzabloem type 0 of 00. Dit is Italiaanse fijngemalen tarwebloem met een hoog glutengehalte. Glutenrijke bloem zorgt voor een elastisch deeg dat goed rekbaar is zonder te scheuren, en geeft de pizza zijn typische luchtige structuur. Gewone bloem kan ook worden gebruikt, maar het resultaat zal minder luchtig en elastisch zijn.
De rijstijd is cruciaal
Wij gaan voor 8 uur rijstijd. Dit klinkt lang, maar die tijd is de sleutel tot smaak en textuur. Door het deeg langzaam te laten rijzen met weinig gist ontwikkelen zich complexe smaken en ontstaat een open kruimstructuur. Heb je minder tijd? Voeg dan meer gist toe (tot maximaal 7 gram) en verkort de rijstijd naar 2–3 uur — maar het lange recept wint altijd.
Tips voor perfect pizzadeeg
- Gebruik lauwwarm water (niet warm — dat doodt de gist).
- Kneed minimaal 10 minuten krachtig — het deeg moet soepel en elastisch aanvoelen.
- Rijstijd op kamertemperatuur (ca. 25 °C) werkt het best. Koeler = langer rijzen.
- Vries overtollige deegbollen in na de eerste rijs — ze zijn tot 3 maanden houdbaar.
Maak na het deeg ook onze zelfgemaakte pizzasaus en ga aan de slag met pizza Margherita, pizza salami of pizza van de bbq.
Ingrediënten (voor 5 pizzabodems)
- 5 dl kraanwater (lauwwarm)
- 850 gram pizzabloem type 0 of 00
- 20 gram zeezout
- 2,5 gram gedroogde gist
Instructies
- Doe het lauwwarme water in een maatbeker en voeg het zeezout toe. Roer goed door tot het zout volledig is opgelost.
- Maak een cirkel van de bloem op je aanrecht. Druk met een kom een diep kuiltje in het midden — een “vulkaan”.
- Schenk het zoutwater in het midden van de vulkaan. Voeg met één hand telkens bloem vanuit de rand toe en meng langzaam.
- Als ca. ⅓ van de bloem is opgenomen, voeg dan de gedroogde gist toe. Meng goed mee.
- Ga door met mengen tot alle bloem is opgenomen. Kneed daarna ca. 10 minuten krachtig door op het aanrecht. Het deeg wordt steeds soepeler en elastischer.
- Maak één grote bol van het deeg, leg op een bord en dek af met een vochtige doek.
- Laat 2 uur rijzen op ca. 25 °C.
- Verdeel na de eerste rijs het deeg in 5 gelijke delen. Bol elk stuk zorgvuldig op.
- Leg de bollen los van elkaar in een diep bakje of kom en dek af. Laat nog 6 uur rijzen.
- Het deeg is nu klaar voor gebruik. Stretch elk bolletje vlak voor het belegen voorzichtig uit — gebruik geen deegroller, maar je handen.
Geef een reactie